Artikel 118 in de OWiG

Het ‚Ordnungswidrigkeitengesetz‘ (OWiG) omvat in artikel 118 een weinig nauwkeurige formulering die voor heel wat interpretaties vatbaar is:

In overtreding is hij die ongewenst gedrag vertoont dat geschikt is om voor het publiek overlast of gevaar op te leveren en de openbare orde te schaden.

Bij de inleidende beschouwingen over het bloot-zijn en het recht hebben we al geconstateerd dat naakt zijn op zichzelf, tegen het licht van de principes van de katholieke sociale ethiek, geen ongepast gedrag kan zijn; volgens deze principes is naakt-zijn zelfs niet eens onfatsoenlijk.

Omdat aan alle drie voorwaarden voor een overtreding voldaan moet zijn en al van de eerste voorwaarde geen sprake is, hoeft er dus niet meer te worden getoetst of aan de beide andere voorwaarden is voldaan. Desondanks willen we ook naar deze voorwaarden kijken.

Gevaar voor het publiek

In de inleidende beschouwingen over bloot-zijn en het recht zijn we al tot de conclusie gekomen dat naaktwandelen in de natuur voor niemand een gevaar oplevert. Voor het brede publiek al helemaal niet.

Omdat het begrip ‚gevaar voor het publiek‘ op velerlei wijze geïnterpreteerd kan worden, willen we hier een aantal voorbeelden geven voor het gebruik van dit begrip in de Duitse wet- en regelgeving:

  • In het Duitse wetboek van strafrecht staat onder ‚duur van het toezicht‘ in artikel 68c:
    […] „wanneer te vrezen valt dat er door het begaan van nadere ernstige strafbare feiten gevaar zou ontstaan.“
  • In het vonnis van het BVerwG federale administratieve gerechtshof (‚Bundesverwaltungsgericht‘ 2 B 109.13 , waarin het om een voormalige politieagent gaat die geweldsdelicten heeft gepleegd, wordt in de motivering van het vonnis onder punt 2 geconstateerd:
    „De nadere activiteiten van eiser als ambtenaar van politie leidt tot gevaar voor het publiek, omdat het aanzien van de politie erdoor wordt geschaad.“
  • In zijn vonnis met dossiernummer: 1 StR 633/53 heeft hetzelfde gerechtshof het over
    […] „constatering van gevaar voor het publiek bij intrekking van de rijbevoegdheid“
  • Heel vaak wordt het begrip ‚gevaar voor het publiek‘ bij plegers van seksueel misbruik als argument voor een verzekerde inbewaringstelling gehanteerd, vooral wanneer de daders geen berouw tonen en therapie afwijzen.

Alle toepassingen van het begrip ‚gevaar voor het publiek‘ in de juridische praktijk, hebben gemeen dat daarmee een serieus, latent gevaar voor lijf of leven van één of meer andere mensen wordt beschreven. Van naaktheid op zich, zoals bij een naaktwandeling of een naakte sportieve activiteit, gaat echter geen enkel (serieus) gevaar uit.

Van ‚gevaar voor het publiek‘ als gevolg van naaktheid op zich is dus geen sprake.

Overlast

In het juridisch woordenboek van het rechtslexikon.net staat de volgende definitie (vertaald):

"Van een geval van overlast als gevolg van ongewenst gedrag volgens artikel 118 van het ‚OWiG‘ is sprake, wanneer de openbare orde erdoor geschaad kan worden. De handeling moet geschikt zijn om voor een onbepaald, ter plaatse de meerderheid vormend aantal personen rechtstreeks overlast te betekenen. Ditzelfde geldt voor het begrip ‚gevaar voor het publiek‘. Overlast kan bijv. zijn het zonder reden alarmeren van de politie of de brandweer, hinderen van het verkeer, het storen van een filmvoorstelling waarvoor een vergunning is afgegeven etc. Voorwaarde voor een geval van overlast of gevaar is dat de dader opzettelijk handelt en de daad geschikt is om gevaar voor het publiek of overlast op te leveren."

Een definitie is dit echter in werkelijkheid niet; er wordt alleen (iets uitvoeriger) herhaald wat toch al in de wettekst staat. Alleen uit de laatste zin blijkt dat de handeling slechts een overtreding is als de dader opzettelijk handelt.

Het gaat naaktwandelaars en -sporters echter niet om opzettelijk ongewenst gedrag te tonen of om opzettelijk een gevaar voor het publiek te vormen of voor overlast te zorgen. Ze willen enkel in hun natuurlijke outfit in de natuur wandelen en zichzekf als deel van die natuur voelen en gedragen.

Die wikipedia geeft de volgende voorbeelden voor ‚overlast‘:

  • in zwembroek door een kuurpark wandelen
  • op straat zijn behoefte doen
  • voorbijgangers nat spuiten door te snel met zijn auto door een plas te rijden
  • verstoren van een toegestane filmvoorstelling
  • onzedelijk betasten van een ander
  • om hulp roepen ("Help, brand!!!) terwijl er geen gevaar dreigt
  • onjuiste publicaties in de pers die het brede publiek kunnen verontrusten
  • bij een controle op het vliegveld een als grap bedoelde, maar onjuiste waarschuwing voor een zogenaamde bom in de bagage
  • storing van een officiële beëdiging van soldaten van het Duitse leger

Hierbij valt op dat het ‚publiek‘ uit een klein, overzichtelijk aantal mensen kan bestaan; in het geval van het door een auto opgespatte water kunnen immers slechts enkele mensen geraakt worden, terwijl het bij het onzedig betasten zelfs maar om één enkele persoon gaat.

In het juraforum.de vindt men bovendien de algemene definitie voor ‚overlast‘ (vertaald):
"Als overmacht in de ruimste zin van het woord wordt een beïnvloeding met blijvend gevolg door één of meer subjecten (bijv. een persoon) of objecten (een zaak) van één of meer subjecten (bijv. een betrokken pesoon) beschouwd, waarbij het in principe essentieel is dat deze beinvloeding door de benadeelde als hinderlijk of schadelijk wordt waargenomen."

Daarmee wordt duidelijk wat vanuit zuiver taalkundig oogpunt al dient te worden opgemerkt: voor het begrip ‚overlast‘ (net als voor ‚belediging‘) geldt een actieve, opzettelijke handeling als voorwaarde, waarmee op andere personen invloed wordt uitgeoefend zonder dat dezen dat wensen. Enkel en alleen vanwege de mogelijke aanblik van een zich voor de rest geheel onopvallend gedragende naakte mens is van een dergelijk actief, opzettelijk handelen dat tot doel heeft, overlast te veroorzaken, geen sprake.

Op grond van de geciteerde voorbeelden moet echter worden vastgesteld dat het bijzonder moeilijk is te constateren of er in een bepaald geval sprake is van ‚overlast‘ en het dus zou kunnen zijn dat een conservatieve rechter bijvoorbeeld naaktwandelen als ‚overlast‘ beschouwt. Als argument tegen een dergelijke waardering kan echter steeds worden aangevoerd dat er geen sprake is van actief, opzettelijk handelen.

Daarmee is het duidelijk: naaktheid op zich is dus ook geen vorm van ‚overlast‘.

Verstoring van de openbare orde

Bij de hierboven aangevoerde ‚definitie‘ van ‚overlast‘ zijn al voorbeelden gegeven van datgene waaruit een ‚verstoring van de openbare orde‘ kan bestaan: bijv. wanneer iemand zonder reden de politie of de brandweer alarmeert, het verkeer hindert of een officieel toegestane filmvoorstelling verstoort.

Hier moet men echter de vraag stellen of de blote wandelaar met zijn naakte activiteit als (opzettelijke) veroorzaker van het onnodige telefoontje naar de politie moet worden beschouwt of dat de oorzaak feitelijk gezocht moet worden in het feit dat de persoon die de politie heeft gebeld, niet geïnformeerd is. Omdat de blote wandelaar niet actief en met opzet met het doel handelt, de politie bij haar werk te storen, valt het eerste alternatief weg. Voor de onnodige, de dienst verstorende telefoontjes naar de politie is enkel en alleen de beller vanwege zijn onwetendheid en zijn daarop gegronde vermoedens, die onjuist en onzinnig zijn, verantwoordelijk.

Daarmee is het duidelijk dat naaktheid op zich ook niet binnen het criterium ‚verstoring van de openbare orde‘past.

Al bij al moet dus worden geconstateerd dat aan alle voorwaarden, 1. tot en met 3., van arikel 118 van het ‚OWiG‘ NIET is voldaan, zodat bij naaktheid op zich geen sprake is van een overtreding.

De openbare orde wordt echter volgens een vonnis van het Gerechtshof (‚OLG‘) in Karlsruhe verstoord, wanneer naaktiviteiten binnen de bebouwde kom plaatsvinden (destijds naakt joggen in Freiburg). De bijzondere omstandigheden van deze situatie worden behandeld onder „Plaatselijke ‚Satzungen‘ (‚Ortssatzungen‘)“. Het vonnis van het ‚OLG‘ in Karlsruhe is overigens een speciaal geval dat apart wordt besproken in „Uit de geschiedenis van de rechtspraak.

Selecteer artikel
Sitemap
 ▲
 ▼